30 dec 1776

Gegrosseert

Heeden den 30 ste December 1776 Comparerenden voor de heeren Dhr Christianus Swaving, en Willem de Neijsel , Scheepenen der Steede Weesp Cornelis Ruijmgaart, wonende als knegt bij Den Heer Burgemeester Cornelis van Marken Nicolaarsz. Adolf nieman wonende te Amsteldam, en werkende als wijnkopers Knegt bij Gerret Jacob de Ruijter, Anthonij Dingemans houtzager op de Admiralitijts Werf te amsteldam. Dirk Blat, couleuren maker in de Drukkerij, hier te Weesp, en Pieter Koning Plaatsnijder in Dezelve, en wonende bijde te Weesp Zijnde alle van Competente ouderdom Den Welken ter requisitie van den Hoog Edel. Gebr. Gestr. Heere Dirk Baron van Boetzelaar, Heere van Kijfhoek, beschreven in de Ridderschap en Edelen van Holland en West Vriesland, Drossaart Van Muijden, Ballieuw van Naarden en gooyland, HoofdOfficier der stad Weesp … voor waarheid verclaren en getuijgen,

Den Wel Eerstelijk den drie eerste getuijgen te zamen afzonDerlijk, dat zij op vrijdag den 25 octob
Laatsleden bij het ter aarde bestellen Van het Lijk van vrouwe Magdalena D’arrest, weduwe van Willem Couderc Zijn geEmploieert als Dragers, Zoo bij de Lijk Statie die te Amsteldam is gehouden; als tot Weesp om het lijk in de kerk en het Graf te helpen brengen, dat zij getuijgen Met de Lijkstatie Zijnde gekoomen tot Even buyten de muyderpoort, de de twede en Derden getuijgen zig weder naar het Sterfhuijs hebben begeven, dog dat de eerste getuijgen bij de Lijkkoets en het Lijk is gebleven, en met dezelve na Weesp is gegaan.

Gelijk ook de twede en Derde getuijgen afzonderlijk Verclaren, eenigen tijd en na zitting Een uur daarna met de Heeren Executeuren met een Koets Zijn gevolgt En verclarent nu allen vijf de getuijgen te zamen, dat Zij de begraving of bijzetting van het gem Lijk in een grafkelder in het koor van de kerk te dezer Stede hebben bijgewoond.

Dat er zoo bij als in de kerk zulken grote vergadering en Drang van volk was, Dat het Lijk niet als met veel Moeijte daardoor kon werden gebragd Dog verclaren nu weder de Drie eerste getuijgen afzonderlijk (als zijnde de twee Laatste getuijgen even na dat het Lijk in het graf was geset weder Buijten de Kerk gegaan) Dat de bijsetting van het Lijk behoorlijk verrigt zijnde, en de Heeren Cornelis van Marken Nicolaasz, Pieter Guichet, en Jan David Balhuijzen een wijnig tijds daar na de trappen van het Koor zijnde afgegaan, de Heer Burgemeester Abraham D’Arrest Daar mede bij het koor is gekoomen En op een zeer quaadaardige wijze Den Heer Burgemeester van Marken Nicolaasz heeft aangegrepen, en met veel force tegen een pilaar gestoten Zeggende te gelijk op een zeer bruske wijs met Deze of dergelijke woorden
Hier jij Executeur, wat reden heb je mijn koets de vijfde agter uijt geset Waarop den Burgem van Marken Zeer ontsteld maar bezadigt, mede in substantien antwoordde dat die vraag daar niet te pas quam maar dat hij dat aan huijs wel zoude beantwoorde, waar op de voorn. Burgemeester D’Arrest ijselijk in vloek en scheldwoorden tegens den Burgemeester van Marken uijtvoer En hem met de vuijst verscheijdende Sware stoten heeft toegebragt, zonder dat den Burgem Van Marken het zij met woorden of daden eenige belediging heeft weerom gedaan of zig anders te weer gesteld, dan Dat hij op het bekoomen van de laatste Stoot weder met een vuijst stoot de
Burgemeester D’arrest heeft terug gestoten, als wanneer zij twee eerste getuijgen en voorn Pieter Guichet en J.D. Balhuijsezen tot voorkominge van onheijlen tusschen bijde zijn geschoten als wanneer den Burgem D’Arrest, zoals de twede en derde Getuijgen afzonderlijk verclaren (als Hebbende de eerste getuijgen dit door de Confusie niet gezien of gehoord) den Voorn Jan David Balhuijzen wegstiet, hebbende de twede getuijgen ook gehoord dat gem: Heer Burgemeester D’Arrest tegens denzelven zijde, ik zal u strax wel spreken, en welke woorden de Derde getuijgen ingselijks wel verclaarende gehoord te hebben, dog Door de Confusie niet te weten of ze door voorn Heer D’Arrest zelf of door een ander wierden gezegd als werdende ter zelver tijd zodanig door het volk weggedrongen, dat hij geheel tegens Den muur van de Kerk aanraakte.

En verclaren nu vervolgens weder de Eerste en twede getuijgen tezamen af zonderlijk, dat den Heer Burgemeester Van Marken Nicolaasz ter zelver tijd onder een grood gedrang van men schen zig begeven hebbende na het portaal Van de kerkdeur, te gelijk wierd geroepen Deuren toe, en dat zij getuijgen daar op insgelijks derwaarts zijn gegaan om ingeval van noodzaaklijkhied te hulp te koomen maar dat Zij bevonden Dat zijn Ed … met verscheijde menschen in het portaal geraakt en de binnen Deur toe gemaakt was, dat vervolgens voorn Heer Burgemeester D’Arrest Daar insgelijks is gekoomen en aan het volk ordonneerde de Deur te openen en Zulx geschied zijnde daar mede is ingegaan en de deur daar op weder toegemaakt is. Dat de twede getujgen bij Dat inlaten van de Heer D’Arrest mede Willende Doordringen, hij twede getuijgen

Door de swarte knegt van der zelven Heer D’Arrest, en twee andere personen die Zij getuijgen niet kende is terug gestoten Zeggende de swarte knegt als je geen ongeluk wilt hebben moet je terug, dat zij getuijgen als toen hebben hooren zeggen of roepen zonder te weten door wien, Voor den Blixem open of ik trap hem open, en ook immediaat daar op gesien en gehoord dat de gemelde binnendeur met zulken geweld wiert opgetrapt of gestoten, dat er (zoo als de eerste getuijgen insgelijk gesien en de twede getuijgen omtrend denzelven tijd gehoord heeft) een grote splinter hout afsprong, hebbende verders bijde de getuigen gezien Dat de in het voorn portaal Komende voordeur van de kerk ook toegemaakt was, maar momentelijk daar op mede openging en den Heer Burgeme: van Marken onder een grood gedrang van volk de buijtendeur is uitgeraakt. dat hij eersten getuijgen Zoo als hij nu alleen Seperaat verclaardt Zig daar op zoo dra mogelijk bij den Heer van Marken Nicolaasz vervoegd en hem tot in Zijn huijs verzeld hebbende, aanstonds op des zelfs ordre weder is uijtgegaan om na voorn Pieter Guichet te zoeken, ten welken eijnde hij getuijgede Hoogstraat een Endweegs op gegaan Zijnde den zelven Eijkenlijk Om hulp heeeft hooren roepen en zig daar op omkerende gezien dat hij zeer verbaast en vlugtende na het huijs van den Burgem Van Marken quam aanlopen, en door den jongen heer en Schepen D’Arrest verzeld Van een menigte volk wierd, vervolgd tot op de stoep en aan den Deur, hebbende gem Heer Schepen D’Arrest iets in de hand opgeheven, het welk hij getuijgen door de Confusie en Duijsterheid niet kon onderscheijden of het een stok of ander geweer was, en Dat de Heer Schepen D’Arrest op de stoep en voor de deur van de Heer Burgemeester van Marken aan den zelven Heer Guichet met het gem. geweer Verscheijde vehemente slaagen heeft toegebragd en bij contimiatie na hem geslagen tot de deur open en hij binnen in geraakt was.

Dat hij twede getuijgen met en benevens de vijfde getuijgen die zig insgelijks daar omtrend bevond (en Zoo als nu mede verclaard ook Zag dat den Heer Guichet, door gemelde Heer Schepen D’Arrest, met een stok of dier gelijk intrument wiert geslagen) Zijnde toegeschoten om hem te ontsetten, dog dat gem: Heer D’Arrest met slaan naar Den Heer Guichet bleef aanhouden, verclarende de eerste getuijgen nog alleen Dat hij ter Dier Occasie selfs verscheijden slagen van den Heer D’Arrest bekoomen heeft.
Eijndelijk verclaard den vierde getuijgen alleen Dat hij bij het voorn bijsetten van het Lijk meden present Zijnde geweest, en kort Daar na den Kerk uijtgegaan zijnde, den Heer Guichet hem van agteren is koomen oplopen en tegens hem heeft gezegd dirk benje daar gij moet meegaan Wij zullen agter bij den Heer van Marken zien in te koomen Zoo als Zij ook ten Dier eijnde de weg na de agter deur Zijn ingeslagen, als wanneer Zij Zijn ontmoet Door voorn Heer Burgemeester D’Arrest, en deszelfs voorn: Zoon en Swarte knegt, den gemelde Heer Burgem D’Arrest op een zeer quaardaardige wijze tegens gen Pieter Guichet Zijde Donders kind Zijt gij daar, en zoo het scheen hem wilde attaqueren, waarop hij getuijge Den Burgemeester D’Arrest bij den arm vattende Zijde, Mijn Heer Burgemeester Wat zal je, of wat wil je doen, wees voor zigtig, dan voorn P. Guichet, daar op na het huijs van den Heer Burgem: van Marken Lopende, door de voorn Heer Schepen Abraham D’Arrest junior en een menigte bij Zig hebbend volk is vervolgd en nagelopen gevenden De Deposanten voor redenen van wetenschap als in den text en dat Zij het voorn alszoo Zelfs respectievelijk hebben bijgewoond gezien ondervonden en aangehoord en dus alle het zelve de opregte waarheijd te zijn en daarbij te persisteren zeggende jeder van hun soo waarlijk helpe mij godt Almagtigh

Des Z Oirconde is de Minute dezes door de heren Scheepenen voornoemt onderteekent in
Weesp den datum in t Supra
Ch Swaving
willem: de: Neijsel


Reacties

Akte 30-12-1776 — Geen reacties

    Geef een reactie

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.