Kopij

Exh[ibitum] 30 April 1830 No 39

“Aan Z.M. den Koning

Geeft met de meest verschuldiginge Eerbied te kennen Antje van der Vecht geboortig van Weesp, weduwe van Nicolaas Brittink geboren te Sneek woonplaats ambulant aan boord, en thans alhier in ’s Gravenhage Present.

Dat hare Suppleantes Grootvader in zijn leven is geweest Generaal op de Kust van Guiné, alwaar hare vader als Kind zijnde door de Guineesche is gestolen geworden, na Europa vervoert en als toen aan den Weledele Achtbaren Heer de Ritt [lees: D’Arrest], toenmaals Burgemeester der Stad Weesp is present gemaakt, die hem voor eenen Anthikiteit heeft aangenomen, vervolgens laten Doopen bij welke Doop aan hem de naam van Christiaan en tot zijn van of toenaam (na de Rivier de Vecht) van der Vecht is gegeven geworden, waardoor hij alzoo bekend genaamd en geschreven is geweest als Christiaan van der Vecht, en alzoo vervolgens door den vernoemden [sic; lees: voornoemden] Burgemeester de Ritt als eigen groot gebracht, geleerd en onderhouden. Vervolgens by meerder Jaren in het huwelijk getreden met den Kamenier van en bij den meergemelde Burgemeester met namen Elizabeth Groener uit welk Huwelijk Hare Vader Christiaan v[an] d[er] Vecht is verwekt geworden.

Dat den voornoemde Heer Burgemeester de Witt [sic] in Zijn leven de Eer had, van bij Z[ijne] D[oorluchtige] H[oogheid: den Heere Prins Willem de Vijfde van Oranje en Nassauw buitengemeen in achting en bekend te zijn, en zelfs verscheiden malen aan het Hoff wierd genodigd, en des Suppliantes Vader insgelijks de hooge Eer genoot van uit hoofden Zijner vreemdelingschap en aardigheid meestal mede tegenwoordig te zijn, bij welke gelegenheden hare meergenoemde Vader ook de Eer en het genoegen heft gehad van Uwe K[oninklijke] M[ajesteit] als toen een kind zijnde verscheiden malen op den Arm te dragen, waarin Z[ijne] D[oorluchtige] H[eer] den Prins Willem de Vijfde een bijzonder genoegen had, om reden Uwe K[oninklijke] M[ajesteit] geen vrees voor een vreemde Couleur van Menschen bezat, en inteegendeel veel vermaak in het bijzijn

[blz. 2]

van haar Vader aan den Dag legden. En dat haar dikwerf genoemden Vader altoos zelfs tot aan het smertlijk overlijden van Hare Koninklijke Hoogheid Mevrouwe de Princes Gemalinne, toen Douarriere van Z[ijne] D[oorluchtige] H[oogheid] den Heere Prins Willem de Vijfde aan het Hof is bekend geweest, en zelfs door en tot het overlijden van H[are] K[oninklijke] H[oogheid] Mevrouwe de Princes van Oranje en Nassauw met eene Jaarlijkse Gratificatie is begunstigd.

Dat zij Supplianten haar van hare Jeugd af aan heeft toegelegd haar lighaam en krachten tot buitengewone en verwonderingwaardige bezigheden en verrigtingen te geven te gewennen en ook te gebruiken, dit haar eigen geworden zijnde wierd nader bij gevorderde jaren voor haar een middel van bestaan, al hebbende toen het vak van op de Jaarmarkten te reizen aanvaard, en hare Talenten onder de benaming van de Jonge Indiaansche Sterkte Dame aan het geëerd Publicq vertoond; hebbende zij zelve voor nu Elf Jaaren bij gelegenheid der Kermis alhier in s’Gravenhage de bijzonder eer en genoegen gehad van Eenmaal door Uwe K[oninklijke] M[ajesteit] en vier malen door Z[ijne] K[oninklijke] H[oogheid] den Heere Kroonprins in hare Tent met een bezoek vereerd te worden, hare Talenten en Werkzaamheden te verrichten en hoogstderzelver voor haar zoo vereerende toejuiging te genieten waarvoor zij nog bij dezen hare oprechtste dank betuigd.

Dat zij daarna in het Jaar 1821 met hare voornoemde Man is gehuwd, dewelke destijds even als Zijne Vader Alixia Brittink Eigenaar was van het vanouds vermaarde Amsterdamsche Vierkroonen Spel of Marionetten, waarmede zij de Jaarmarkten met hunne vertooningen frekwenteerde, doch verscheidenen Jaren achter een de Jaarmarkten en Kermissen al minder geworden zijnde hun bestaan en omstandigheden verminderde, waarop zij tot haar griefend leedwezen hare geliefden altoos werkzamen Man in dato den 15 Mei 1827 te Deventer door den Dood moest missen, haar niet anders dan Vier Kinderen waarvan de oudste slechts 7 en de Jongsten circa vier Jaren oudst in een behoeftige en zorglijke omstandigheid achterlatende, het Jaar na het overlijden van hare man haar in de Provincie Groningen bevinden wierd zij door de algemene plaatsgehad hebbende zmettelijke ziekten aangetast en

[blz. 3]

door daarop volgende aanhoudende zwakte en zukkelingen buiten staat gesteld iets het minste tot onderhoud van haar en hare Kinderen te kunnen profiteeren, en alzoo verplicht alles te verteeren en zelfs hare Tent tot onderhoud en verzorging van haar en kinderen voor Eene Somma van Honderd en Vijftig Guldens te verpanden, en alzoo geheel buiten staat, een op eeniger hande wijze hetzij met de vertoning der Marionetten of door hare Kunstverrigtingen iets het minste te kunnen verdienen en deelt aloo met hare vier kinderen in het Lot der Allesbeklagenswaardigste behoefte.

In deze hare toestand alhier gearriveerd zijnde in de hoop op eene of andere wijze redding te kunnen of zullen vinden, doch hierin haar teleurgesteld vindende en volstrekt geen andere uitkomst wetende neemt zij de vrijheid met alle Eerbied Uwer K[oninklijke] M[ajesteit] liefderijke Troon te naderen en op het nedrigst en vurigst te smeken op haar Persoon, Kinderen en waarlijk diep ongelukkige omstandigheid een bijzonder oog van liefde en vaderlijk medelijden te willen vestigen en aan haar door middle van het schenken van eener Liefderijke Gratificatie uit
hare Elende te redden. Dat zij in de gelegenheid zoude komen met deze tegenwoordige aanstaande s’ Gravenhaagsche Kermis van eene Tent gebruik te kunnen maken en alzoo op eene of andere wijze het Brood voor haar en hare Kinderen te verdienen, en alzoo onder inwachting en hoop van Godes Dierbaren Zegen hare tegenwoordige Elendige toestand van Tijd tot Tijd te verbeeteren. Niemand zelfs in de geheele Wereld hebbende van Wien zij eenige hulp en bijstand wachten of hopen kan blijft zij met de Eerbiedigste aanbeveeling naast God van Uwe K[oninklijke] M[ajesteit] derzelver zoo algemeen bekende Liefderijk hulp na de meeste aanbeveling hopen en dezelve gunstige dispositie Eerbieding en Rijkhalzend tegemoet zien.

’t Welk doende &ca.
(get.) Antie van der Vegt
Voor Eensluidend Afschrift
De Secretaris der Stad Weesp

s’ Gravenhage
den 29 April 1830
Adres
Onder de Uileboomen
bij het voorburgstraatje
In Een Bovenlandsch Jacht aldaar leggende
Twee stuks bijlagen
1- een Trouw zeel
2- een Doop Acte”


Reacties

Brief van dochter Antje — Geen reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.