HomeZoektochtWaarom deze volgorde?

Reacties

Waarom deze volgorde? — 2 reacties

  1. Een eerste gedachte.

    Zit er wel enige ratio in de wijze waarop Christiaan de namen van zijn bekenden aan het Hof noemt? Is hij begonnen met wat hem de belangrijkste persoon leek en heeft hij daarna in tamelijk willekeurig volgorde de anderen genoemd?

    Een belangrijke bijkomende vraag is hier waarom Christiaan het “name dropping” doseert? Waarom niet al in de eerste brief zijn hele doopceel gelicht, met als argument voor ondersteuning in moeilijke tijden dat zijn historische relatie met het Hof als zeer hecht gekwalificeerd kan worden. Het is duidelijk dat hij een moreel beroep doet op de Koning, dus waarom dat niet direct zo sterk mogelijk aanzetten?

    Problematisch voor de duiding is dat waar Christiaan zijn verzoekschriften componeert als ware Willem I zijn gesprekspartner, deze vervolgens in het (nieuwe) officiële en vooral ambtelijke circuit terecht komen, waarin de rol van de Koning geformaliseerd is en, ook al zijn er persoonlijke overwegingen van zijn kant, deze in de correspondentie niet zichtbaar worden. Daar kan aan worden toegevoegd dat de definiëring van zijn sociale relaties met het Hof er ook niet toe hebben geleid dat Willem I zich geroepen voelde afzonderlijk van de verzoekschriftprocedure in correspondentie met Christiaan te treden. Ik ben benieuwd of dat in zijn algemeenheid zo was bij Willem I. Ik heb in de periode van de jaren 1815-1830 bijvoorbeeld wel persoonlijke interventies aangetroffen in soortgelijke procedures door Prins Frederik (1797-1881), de tweede zoon van Willem I over wie recentelijk een aardige biografie verschenen is met als ondertitel Gentleman naast de troon.

    Overigens mis ik in het overzicht Anna van Pruissen, die uiteindelijk ook nog genoemd wordt in de brief van Christiaan’s dochter uit 1830 en waarin hij in de laatste periode van zijn leven betrekkingen gehad zou hebben.

    Wellicht dat het antwoord op de vraag gegeven kan worden als bekend is voor wie hij op welk moment gewerkt heeft en in wat voor hoedanigheid. Wellicht ook is er geen antwoord, omdat Christiaan – in ieder geval na de eerste vermelding – zelf geen duidelijke reden had om de ene persoon voor de andere te benoemen.

    Dat gezegd hebbende is er ook nog een andere overweging mogelijk: hoe was Christiaans persoonlijke relatie met de verschillende leden van het Hof? Zou hij met de een niet een veel persoonlijker of intiemere relatie gehad hebben dan met de ander? De tekst van de eerste brief kan hier op wijzen. Daarin appelleert hij aan de sterke persoonlijke betrokkenheid van Marijke Meu die hij gevoeld heeft (opleiding, kerstening, etc.). Dit past mooi bij het gegeven dat zij de voogdes van Willem V was en zij ook die rol zeer persoonlijk opvatte. Het is een directe verwijzing naar de barmhartigheid van het Huis Oranje -Nassau. De goedheid van Marijke Meu als thema bij de bevolking, maar ook aan het Hof. Maar dat verklaart nog niet de “volgorde” van de andere genoemde personen.

    • Ook denk ik dat er invloed door degene die de brief op papier zette.
      Brief 3 is meest uitgebreid en ook mede ondertekent door T.A. Holland. Zou hij met Christiaan overlegd hebben wie te vermelden in de brief?

      (je bedoelt Wilhelmina van Pruisen, echtgenote van Willem V en moeder van Willem I.)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Optimization WordPress Plugins & Solutions by W3 EDGE